1996-1997

1996

TV Kijker

Het zoeken naar een bouwplek begint traditie te worden. Van de gebroeders Jan en Wim Zijlmans is algemeen bekend dat ze ontzettend begaan zijn met het Veerse carnaval. En dat is maar goed ook, want zij stellen hun prachtige, verwarmde hal in de Dombosch voor twee maanden beschikbaar aan de bouwclubs. Het respect vanuit de Faant voor Jan en Wim is diep, door Jos de Meyer op zijn manier verwoord met: ‘Ik neem toch mijn petje af, vur die twee aaier’. Onze bouwploeg speelt op geheel eigen wijze in op het motto: ‘Zo dwars es un hèèn’. Want dwars tegen de draad in en geheel in de lijn van een echte dwarse Faant krijgt de wagen het thema: ’ Ge bekekt ut mar’ mee. In een interview met de Faantstraot laten de gebroeders Zijlmans, fanatieke Leuthappers, doorschemeren dat ze het jammer vinden dat De Faant een beetje terughoudend is in zijn plannen aangaande de wagenbouw. Zij hebben nog geen tekening van ons gezien( Er was geen tekening alleen maar losse schetsen en veel fantasie ). Wim vermoedt dat de tekening al wel drie maanden klaar is. Jan vindt dat andere clubs daar veel gemakkelijker in zijn. Beiden zijn in dit openhartige gesprek van mening dat het voor de C.V. de Faant wel eens goed zou zijn als er eens een andere club de eerste prijs wint, wat door De Faant zelf wordt beaamd. Binnen de bouwploeg van De Faant houdt men zich ook bezig met de vraag wanneer en door welke club de lange zegereeks zal worden doorbroken. De door de wol geverfde bouwers zien hardwerkende Leuthappers, Laanterfaanters en de meer en meer progressie makende Haoverakkers prachtige creaties maken. Bijna niemand zegt het hardop, maar stilletjes wordt rekening gehouden met een voorlopig einde van een jarenlange hegemonie.

Oorlog !!!!!

Een voorval in de hal ongeveer drie weken voor carnaval doet die stemming bij de bouwers van CV de Faant echter radicaal omslaan, wat was het geval: De gebr. Zijlmans zoals eerder gezegd eigenaar van de locatie hadden besloten dat er beslist niet met verf of vernis gespoten mocht worden in de hal. CV de Faant, die de laatste jaren het schaduwwerk met de spuit deed werd daardoor voor het blok gezet. Werd hier de strijdbijl weer op gegraven door De Leuthappers, vroeg men zich af. We zullen ze wel krijgen riep Pieter van Leeuwen, en stuurde Bertus Keijzers en Cor Baardemans langs bij Tim Reyntjes, om te vragen dat we nog eenmaal gebruik mochten maken van zijn spuitcabine. Zo kon het gebeuren dat op zondagmorgen een week voor carnaval, nota bene na de jaarlijkse feestavond, tien duffe Faanten de wagen in het plastic stonden te pakken ( het regende de hele dag ) en richting Tim Reyntjes reden. Om zeven uur zondagavond was de klus geklaard, moe maar voldaan werd de wagen terug gebracht naar de bouwhal. Mooi om te zien was de reactie op maandagavond van de andere clubs die in de hal stonden te bouwen en daar ineens een afgewerkte carnavalswagen van de faant zagen staan. Op een zon overgoten zondag middag gaan “ Faanste Faant” Ad Blankers en “ Groste Ouwe Droif “ Ine de Meijer, als het elfde Faante paar de stoet vooraf. In een broeierig warme Zaal Verschuren staan de leden van vier genoemde clubs op maandag avond 19 februari tijdens de prijsuitreiking onder topspanning. De jury spreekt van een optocht met kwaliteit van hoog niveau. Met miniem verschil trekken we wederom aan het langste eind. Het onderdeel ‘afwerking’, door de jury beoordeeld als ‘schitterend een leerschool voor anderen’, geeft de doorslag. Het is de tiende achtereenvolgende eerste prijs. Ook de nieuwe wisselbokaal is al weer voor C.V. de Faant. De mededeling dat begin november de centrale bouwhal kant en klaar zal worden opgeleverd wordt met gejuich ontvangen. Niemand kan dan nog vermoeden dat dit uiteindelijk nog vele jaren op zich zou laten wachten. De bouwers van onze club zijn al in gedachte bezig met het getal elf. Volgend jaar wacht het 22-jarig jubileum. Dan moet de elfde keer op rij nummer èèn ook maar worden verwezenlijkt.

1997

Kaizer Bertus

Het jubileumjaar is al enkele jaren scherp in het vizier van een zeer actieve jubileum -commissie, dat tal van activiteiten ontwikkelt om geld binnen te halen voor het 22-jarig bestaan. De t-shirts met opschrift ‘Oit de weeg, ik kom van ’t Fèèr’ lopen als een trein en de belangstelling voor de 2e editie van de Amusementsavond ‘Wè valt er toch te lache’ is boven verwachting. De bouwers zijn er zich van bewust dat dit een speciaal jaar gaat worden. Men wil weer eens groots uitpakken, gaan voor de eerste prijs en dit keer liefst met overtuiging.

Nieuw Onderstel

Van het kleine onderstel wordt definitief afscheid genomen, er word een nieuw ondersteld gebouwd, Peter Keijzers maakt de tekening en het geheel zal worden gesponsord door Cor Verkolf. Een gedeelte van de bouwploeg begint in september in een hal van de Firm. Verkolf aan het karwei. Toon en Jos de Meijer, Toon van Strien, Bertus Keijzers sr. en jr. Rene van Uijen en Cor en Jurgen Baardemans rijden een week of vier later een schitterende, (met ruim zeven meter een mooie basis en qua hoogte beter werkbare) wagen naar buiten waar men jaren mee vooruit kan. Ook de oude legerwagen zal voorgoed verdwijnen. De Pontonniers kazerne op het Keizersveer wordt de zevende bouwlocatie in evenzo vele jaren. De werkplaats is ruim en qua temperatuur goed werkbaar. Met vereende krachten wordt er binnen de club op allerlei fronten gewerkt. Bertus Keijzers lanceert in De Faantstraot het toepasselijke motto: ‘Ut ziet oos gèèl en gruun vur de oge’ uit liefde voor onze clubkleuren. De bouwers gunnen Bertus een groots eerbetoon, want voor het eerst sinds jaren is er weer het stoute plan een karikatuur te maken. Het moet Bertus worden uit waardering voor de sympathieke voorzitter, die dan al 17 jaar ‘tijdelijk’ voorzitter is. Bertus Keijzers gaat als Keizer Napoleon op de wagen, zo is het idee. Woordspelingen en historie gaan hand in hand bij dit mooie, eigenlijk in de schoot geworpen plan. Als je dan ook nog eens bouwt op Het Keizersveer en je Domicilie hebt op de Keizersdijk….nou ja. De Faant begint langzaam maar zeker zijn eigen historie te schrijven. Vandaar dat het ontwerp verder allerlei nog vers in het geheugen liggende elementen van wagens uit het verleden bevat.

Probleem

Vormgever Jan Marcelissen komt tijdens de bouw voor een gigantisch probleem te staan. Als hij op een avond in de bouwloods komt, ziet hij dat het gelaste frame van het hoofd van Bertus te groot is uitgevallen, waardoor het anatomisch nooit meer zal gaan kloppen, wanneer van hieruit zal moeten worden gevormd. ‘Kek ’s Jan, ut freem is klaor, ge kan gelaik beginne’. Maar Jan ziet dat dit onmogelijk is. Het stelt hem voor een dilemma. Want het frame weer laten afslijpen en opnieuw beginnen, lijkt hem voor de verantwoordelijke enthousiaste lassers en buigers ook geen prettig idee. Jan zegt er nog niks over en neemt het probleem mee naar huis. ’s Nachts houdt hij zich bezig met de strijd tussen sociale en artistieke belangen die na lang woelen op wonderlijke wijze tot een consensus komen. Na 400 keer te zijn rondgetold onder zijn dekbed slaapt hij pas in na een creatieve ingeving, die tevens de kameraadschappelijke band met zijn collega’s niet op het spel zal zetten. De oplossing: De kop is van Napoleon, maar hij draagt het masker van Bertus

Karikatuur

Bertus trekt ook tijdens de bouw op hilarische wijze de hoofdrol naar zich toe. Terwijl zijn karikatuur meer en meer vorm krijgt en vooral ook de juiste gelijkenis, lijkt hij niet in de gaten te hebben dat ie met verfpotten en behanglijm al ontelbare keren langs zijn evenbeeld is gelopen. Zelfs als hij de grondtoon op het masker mag aanbrengen, dringt het niet tot hem door dat ie zichzelf van een kwastje verf voorziet. Met allerlei echte Bertus-kwinkslagen pareert hij lachend de regelmatig terugkerende krèètopmerking: ‘Kekte gai wel ’s in de spiegel Bertus?’. Pas tijdens de optocht valt het kwartje. Maar de voorzitter houdt er de spanning ook op andere wijze goed in. De Langstraat meldt: ‘Het scheelde maar een haar of Bertus Keijzers en zijn alter ego hadden de optocht moeten missen. De grootvorsten wankelden. De veldslag van drie maanden bouwen leek zijn tol te eisen. Faantelaand werd bijna Waterloo voor beide keizers. De ene werd vanwege een ontsteking aan zijn been tijdens de optocht in een auto vervoerd. Zijn Franse voorloper werd voor de zekerheid extra geschoord met spanbanden en verloor daardoor ook zijn bewegingsvrijheid. Het derde bouwersbal in een broeierig hete kantine van de Pontonniers kazerne op de donderdag voor carnaval is er eentje om nooit te vergeten. Hoewel: Bij menig bouwer is dit door de alcohol toch diep weg gezakt. De verbroedering doet zijn werk. Alle bouwclubs zijn aanwezig en weten het sinds enkele maanden zeker: ze delen een zelfde passie. De kazernecommandant gaat zo op in de gezelligheid, dat ie nog maar eens een vat aansluit. ‘Ut gaot er najig aon toe’. Rond 10 uur zijn de meesten al ‘Wait oep scheut’. Een loopgroep van meer dan honderd man, met binnen de gelederen ons aankomend grut, zorgt ervoor dat het in 8 rijen dik opgekomen publiek wordt overdonderd. Het ziet ze geel en gruun vur de oge. Het is een onvergetelijk mooie stoet binnen de stoet. Iedereen loopt te glimmen van trots. Niet in de laatste plaats “ Faantste Faant “ Piet Zijlmans en “ Grotste Ouwe Droif ” Marian Fens, zijn zus. Oprichter Jan Kuijpers, die zich heeft opgesteld bij Café Kerkzicht raakt geëmotioneerd, wanneer Pètry Gamers hem de hand schudt. Hij vindt geen woorden voor al het moois wat De Faant hem en zijn vrouw Jo die dag laat zien. Dit hadden ze zelfs in hun stoutste dromen niet verwacht toen ze ooit het carnaval weer van de grond tilden. Voor Jan zal het zijn laatste carnaval worden. Eind 1997 overlijdt hij. In zijn column ‘Van Straot’ in De Langstraat brengt Petry Gamers een ode aan, zoals hij hem noemt: De Koning van het Veerse carnaval. De Faant staat tevens stil bij het gevoelige verlies van oud-bouwer en erelid Cees Riool. De bouwers tillen na de prijsuitreiking voor de elfde keer in successie de grootste bokaal omhoog. Het kersverse clublied wordt aangeheven. ‘Ze kanne ie oem oons henne’ klinkt er vanuit de tenen en kerft zich meteen definitief in de carnavals -hoofden. De loopgroep behaalt een fraaie tweede plek en de bouwers pakken ook nog eens de wisselbeker. Alle Faanten zweven een beetje, hebben een bovenaards gevoel. Mag het?


Foto's 1996
Foto's 1997



Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!